13 books in Dutch
Sara staat elke ochtend bij de bushalte in haar straat.
Vandaag moet Bram de grote klok maken.
Milan zit vandaag in een klein café.
Milan staat vanavond in de kleine bioscoop.
Elke dag om tien uur komt Bram naar de zaak.
Vandaag staat de verkoper op de markt.
In Amsterdam staat Jan op de boot.
De vrouw is vandaag in Utrecht.