Twee koppen thee Elke dag om tien uur komt Bram naar de zaak. Vandaag komt hij niet alleen. Hij heeft Eva bij zich. Noor staat achter de kleine tafel. Zij kent Bram al lang. Bram zit altijd bij het raam. Hij neemt altijd thee. Hij praat meestal niet veel. “Goedemorgen, Bram,” zegt Noor. “Goedemorgen, Noor.” “Dezelfde thee?” “Dezelfde thee, ja.” “En voor jou?” vraagt Noor aan Eva. Eva kijkt naar Bram. “Ook thee,” zegt Bram. “Ook thee,” zegt Eva. Noor kijkt naar de twee mensen. “Twee thee?” “Twee thee,” zegt Bram. “Goed,” zegt Noor. “Ga maar zitten.” Bram en Eva zitten bij het raam. Bram zit op zijn gewone plaats. Eva zit naast hem. Noor loopt naar de keuken. Daar maakt zij twee koppen thee. Zij zet twee koppen op een klein blad. Zij zet ook twee lepels op het blad. Bram kijkt naar de deur. “Komt je vriend?” vraagt Noor. “Eva is mijn vriend,” zegt Bram. Eva kijkt hem aan. “Vriendin,” zegt zij. “Ja,” zegt Bram. “Mijn vriendin.” Noor zet het blad op de tafel. De twee koppen staan naast elkaar. “Alstublieft,” zegt Noor. “Dank je,” zegt Bram. “Dank je,” zegt Eva. Noor wil weggaan. “Wacht,” zegt Bram. Noor blijft staan. “Ja?” “Zij komt vandaag voor het eerst.” “Dat zie ik,” zegt Noor. “Zij weet niet dat ik hier elke dag kom.” “Dat weet zij nu,” zegt Eva. Bram pakt zijn kop. Hij drinkt niet. Hij kijkt naar de thee. “Is er iets?” vraagt Eva. “Nee,” zegt Bram. “Je kijkt naar je thee.” “Ik kijk altijd naar mijn thee.” “Dat doe je niet,” zegt Eva. Noor staat nog bij de tafel. “Bram neemt altijd thee,” zegt zij. “Hij zit altijd hier. Hij zegt altijd: dezelfde thee.” “En vandaag zegt hij niets,” zegt Eva. Bram kijkt naar Noor. “Vandaag is anders.” “Ja,” zegt Noor. “Vandaag zijn het twee koppen.” Eva neemt haar kop. “De thee is goed.” “De thee is altijd goed,” zegt Bram. “Dat zegt hij ook elke dag,” zegt Noor. Bram kijkt naar Noor. “Ken je mijn naam nog?” “Bram,” zegt Noor. “En haar naam?” “Eva.” Eva kijkt naar Noor. “Nu ken je ons allebei.” Noor pakt het lege blad. “Morgen weer twee?” Bram kijkt naar Eva. Eva kijkt naar haar kop. “Misschien,” zegt Bram. “Dezelfde thee?” vraagt Noor. Eva zegt: “Dezelfde thee.” Noor neemt het blad mee. Bram schuift zijn kop naar Eva. Eva schuift haar kop naar Bram. Daarna drinken zij allebei.