Niemand brengt iets mee Lotte zet glazen op tafel in haar kleine appartement in Utrecht. Morgen wordt zij vijfendertig, maar haar familie komt vanavond al eten. Bram leest hun laatste bericht nog een keer hardop. “Neem alsjeblieft niets mee, want wij hebben alles al in huis.” Lotte kijkt rond en zegt: “En we hebben maar weinig plaats.” Om zes uur gaat de bel, en Els staat voor de deur. Zij draagt twee grote taarten en een tas met drankjes. “Mam, je hoefde niets mee te nemen,” zegt Lotte. “Dit is niet voor jou, dit is voor iedereen,” antwoordt Els. Achter haar komt Daan met vier stoelen uit zijn auto. “Jullie hebben te weinig stoelen,” zegt hij. “Wij hebben precies genoeg stoelen,” zegt Bram. Daan zet de stoelen toch midden in de kamer. Dan komt Ria binnen met een radio onder haar arm. “Een feest zonder muziek is geen feest,” zegt zij. Ina volgt haar met zes glazen, omdat goede glazen volgens haar belangrijk zijn. “Waar moeten die staan?” vraagt Lotte. “Op tafel,” zegt Ina rustig. “Daar staan al glazen,” zegt Lotte. “Dan zet je die andere glazen weg,” zegt Ina. De bel gaat opnieuw, en de achtjarige Noor komt met een zware tas. “Wat heb jij mee?” vraagt Bram voorzichtig. “Kaarsen, want iedereen vergeet altijd de kaarsen,” zegt Noor. Lotte opent de tas en vindt negen pakken kaarsen. “Waarom zijn het er zoveel?” vraagt zij. Noor haalt haar schouders op. “Iedereen vroeg wat hij moest brengen, dus ik zei kaarsen.” Nu staan er stoelen in de gang, taarten op de stoel en glazen voor het raam. Ria zet de radio harder, terwijl Daan een stoel naar links trekt. Els roept dat niemand de taarten mag raken. Ina vraagt waar haar goede glazen zijn gebleven. Lotte doet haar ogen dicht en telt langzaam tot vijf. Op dat moment gaat de bel voor de laatste keer. Bram opent de deur, en een man van het restaurant houdt acht grote tassen vast. Hij kijkt langs Bram naar de volle kamer en naar Daan met de stoel. Daarna kijkt hij naar het adres op zijn telefoon. “Hebt u eten besteld, of is dit een winkel voor tafels en stoelen?”